Skip to main content
Libra-mascotte met klembord
Stel in stap 2 het type in — Naam, Adres, Datum, Bedrag — voordat u naar een referentiedocument verwijst. Het type is de grootste hefboom voor nauwkeurigheid in het hele proces.
Placeholders invullen neemt een sjabloon vol markeringen zoals {Landlord's name} en vult die in vanuit documenten die al in uw project staan. U houdt in elke fase de controle: u bepaalt wat elke placeholder betekent, waar de antwoorden vandaan komen en welke van de voorgestelde waarden daadwerkelijk in het document terechtkomen.

De wizard starten

1

Open het tabblad Acties

Klik op Acties in het Libra-paneel. Het paneel heeft twee tabbladen, Chat en Acties.
2

Selecteer Placeholders invullen

De Acties-lijst biedt drie onderdelen: Review, Documentvergelijking en Placeholders invullen. Klik op Placeholders invullen.Acties-tabblad met Review, Documentvergelijking en Placeholders invullen
Review staat in dezelfde lijst direct boven Placeholders invullen, maar het is een andere functie — die toetst een document aan een playbook. Zorg dat u op het derde onderdeel klikt.
De wizard doorloopt zes stappen, weergegeven door de punten in de zwevende bedieningsbalk onderaan het paneel. De ronde knop rechts op die balk brengt u een stap verder; de pijl links brengt u een stap terug. Teruggaan wist het werk van de stappen erna, zodat de wizard u nooit verouderde resultaten toont.

Stap 1: placeholderformaten

Vertel Libra eerst hoe placeholders in uw document zijn geschreven. Een formaat is een prefix en een suffix rond de placeholdertekst, zodat { en } overeenkomen met {Landlord's name}. Het standaardformaat is één enkel paar accolades. Stap 1 met de configuratie van placeholderformaten Bewerk de velden voor prefix en suffix rechtstreeks om het patroon te wijzigen — [ en ] voor rechte haken, {{ en }} voor dubbele accolades. Klik op Formaat toevoegen als één sjabloon meerdere conventies door elkaar gebruikt, en gebruik het prullenbakpictogram om een formaat te verwijderen dat u niet meer nodig hebt. Starten vanuit sjabloon bovenaan de stap is een snelkoppeling, geen manier om het geopende document aan te wijzen. Het laadt een opgeslagen placeholdersjabloon — een set formaten plus de type- en contextinstellingen die u bij een eerdere run hebt vastgelegd — zodat een sjabloon dat u elke week invult maar één keer geconfigureerd hoeft te worden. Kies er een uit de lijst en de wizard toont de naam, de beschrijving en het aantal formaten en placeholders dat het bevat; de placeholders die het aanlevert zijn in de volgende stap gemarkeerd met Uit sjabloon. Wis de keuze met het kruisje als u zich bedenkt.

Stap 2: placeholders verrijken

Libra doorzoekt het document en toont elke gevonden placeholder, met het aantal keren dat elke placeholder voorkomt. Libra stelt ook automatisch voor elke placeholder een type voor — u ziet Placeholdertypen worden voorgesteld… terwijl het werkt — en u kunt elk voorstel corrigeren. Stap 2 met de verrijking van placeholders met type- en contextopties Voor elke placeholder kunt u instellen:
Het type is de grootste hefboom voor nauwkeurigheid in het hele proces. Een placeholder met type Adres extraheert een opgemaakt adres, terwijl Naam een persoons- of bedrijfsnaam extraheert. Een verkeerd voorstel hier corrigeren bespaart u een bewerking in stap 4.
Als u bij alles Deze placeholder niet invullen aanvinkt, laat de wizard u niet verdergaan — er moet ten minste één placeholder overblijven om in te vullen.

Uw configuratie als sjabloon opslaan

Wanneer u stap 2 verlaat, vraagt Libra Opslaan als sjabloon?. Bij het opslaan blijven uw formaten bewaard, samen met het type, de context en het voorbeeld van elke placeholder, en u kunt het sjabloon met uw team delen. Bent u vanuit een bestaand sjabloon gestart en hebt u iets gewijzigd, dan luidt het dialoogvenster Sjabloonwijzigingen opslaan? en biedt het Opslaan als nieuw aan; Sjabloon bijwerken wordt ook aangeboden, maar alleen bij een sjabloon dat u zelf hebt gemaakt — het overschrijven van het gedeelde sjabloon van een collega is dus uitgesloten. Kiest u Niet opslaan, dan gaat de run gewoon door, zonder dat de configuratie wordt opgeslagen.

Stap 3: context toevoegen

Vertel Libra nu waar de antwoorden vandaan moeten komen. De twee bronnen vullen elkaar aan, dus u kunt een van beide of allebei gebruiken.

Documenten selecteren

Opent de Projectbestanden van uw project, zodat u de documenten kunt kiezen die de informatie bevatten — een intakeformulier, een ondertekende term sheet, eerdere correspondentie. Vanuit dezelfde kiezer kunt u ook nieuwe bestanden naar het project uploaden. Geselecteerde documenten verschijnen in een lijst eronder en kunnen elk met het kruisje worden verwijderd. Stap 3 met de optie “Documenten selecteren”
Hiervoor moet in de add-in een project actief zijn. Klik op de menuknop linksboven in het paneel, dan op Geselecteerd project, en kies er een — zie Word Add-in instellen.

Tekstinvoer toevoegen

Toont een vrij tekstvak voor context die in geen enkel document staat, zoals een telefonisch afgesproken honorarium. Klik er nogmaals op om het vak te verwijderen. Stap 3 met de optie “Tekstinvoer toevoegen”

Stap 4: placeholders bevestigen

Libra genereert een waarde voor elke placeholder die u hebt laten invullen, en levert ze al streamend aan met een voortgangsbalk. In deze stap controleert u het werk. Stap 4 met de gegenereerde waarden ter controle Elke kaart toont de placeholder, het type dat u hebt geconfigureerd, de gebruikte context en de gegenereerde inhoud in een bewerkbaar veld. Corrigeer hier alles wat onjuist is, voordat het het document bereikt.

Stap 5: placeholders toepassen

De wizard zet elke geaccepteerde waarde om in een voorgestelde wijziging en toont die als een diff — de oude placeholder doorgestreept, de nieuwe tekst ernaast. Het vergrootglas op een kaart scrolt het document naar die plek, zodat u de wijziging in context kunt zien. Stap 5 met de opties “Toepassen”, “Verwerpen” en “Verwijderen” voor elke wijziging Om alles in één keer te verwerken gebruikt u de ronde knop met het dubbele vinkje in de bedieningsbalk, Alles toepassen. Die past elke wijziging toe die u niet hebt verworpen en brengt u vervolgens naar de laatste stap.
Bewerk het document niet tussen stap 4 en stap 5. Libra vergelijkt elke wijziging met de oorspronkelijke placeholdertekst; een wijziging waarvan de tekst is verplaatst of bewerkt, wordt overgeslagen in plaats van toegepast.

Stap 6: klaar

Zodra elke wijziging is toegepast of verworpen, toont het paneel Proces voltooid! en brengt de ronde knop u terug naar de Acties-lijst. Scherm “Proces voltooid” met de toegepaste wijzigingen in het document De waarden worden ingevoegd als bijgehouden wijzigingen in Word, zodat de invoegingen en verwijderingen in de markeringen verschijnen en de bewerkingen van Libra aan u worden toegeschreven. Niets is definitief totdat u ze in Word accepteert — dat geeft u een tweede controleronde met al uw vertrouwde Word-hulpmiddelen.
Controleer gegenereerde waarden altijd voordat u uw document afrondt. Geautomatiseerde extractie is nauwkeurig, maar niet perfect.

Voorbeeldtoepassingen

Verwijs naar het intakeformulier van de cliënt. Libra vult de naam van de cliënt, de zaakomschrijving, de honorariumafspraak en de contactgegevens in.
Verwijs naar de ondertekende term sheet of eerdere correspondentie. Libra vult verhuurdergegevens, huurderinformatie, het adres van het pand en belangrijke data in.
Verwijs naar het ondertekende contract. Libra vult partijnamen, data, kernvoorwaarden en financiële cijfers in.
Verwijs naar zaakinformatie of eerdere correspondentie. Libra vult namen, data, zaaknummers en referenties in.

Tips voor betere resultaten

{Landlord's name} is gemakkelijker correct in te vullen dan {Party A}. Beschrijvende namen helpen Libra te begrijpen welke informatie moet worden geëxtraheerd.
Libra stelt in stap 2 voor elke placeholder een type voor. Een verkeerd voorstel corrigeren — Naam, Adres, Datum, Bedrag — is het meest effectieve wat u voor de nauwkeurigheid kunt doen.
Vult u hetzelfde sjabloon regelmatig in, accepteer dan na stap 2 de vraag Opslaan als sjabloon?. Elke latere run begint dan met de formaten en typen al ingesteld.
Documenten met duidelijke koppen, gelabelde velden en geordende informatie leveren betere extractieresultaten op.
Gebruik Aanvullende context (optioneel) om specifieke instructies te geven wanneer een placeholdernaam niet voor zichzelf spreekt.
Controleer altijd de gegenereerde waarden in stap 4. Bewerk onjuiste extracties voordat ze het document bereiken.